Bereikte resultaten

In de eerste werkingsjaren lagen de doelstellingen van het Forum OhO in de eerste plaats op de realisatie van de nodige randvoorwaarden en het opheffen van structurele belemmeringen om tot een effectieve en duurzame werking te komen m.b.t. ondernemingszin en ondernemerschap in het hoger onderwijs in Vlaanderen.

De structurele doorbraken die reeds gerealiseerd zijn:

1. Rond het thema Ondernemend hoger Onderwijs zijn de drempels naar samenwerking en kruisbestuiving over associaties van onderwijsinstellingen heen verlaagd.

Voorbeelden:

  • In 2013 ontstond aan Hogeschool PXL het ‘Centrum voor Ondernemen’. PXL kon daarvoor rekenen op nauwe samenwerking met forumleden van het Centrum voor Ondernemen van Hogeschool Gent. In 2015 heeft Hogeschool PXL samen met Universiteit Hasselt het 'PXL-UHasselt StudentStartUP' opgericht.
  • Het zogenaamde ‘statuut voor student-ondernemers’, waarbij de instelling zelf een student-ondernemer faciliteiten kan geven, (zoals het verzetten van een examen, het gebruik maken van infrastructuur van de instelling, …), bestond enkele jaren geleden slechts in een paar hoger onderwijsinstellingen. Dit topic kwam uitgebreid aan bod in verschillende forumvergaderingen en op de eerste SOHO-dag. Vandaag zijn bijna alle instellingen hoger onderwijs een eigen statuut voor student-ondernemers aan het uitwerken.

2. Een productief partnerschap tussen forumleden inzake Ondernemend hoger Onderwijs is gerealiseerd.

Voorbeeld:

Een stedelijk overkoepelend initiatief rond ondernemend onderwijs, zoals Student Ghentrepreneur (dat onder de nieuwe naam Gentrepreneur verdergaat) heeft tot inspiratie (en aanmoediging) gediend voor andere gelijkaardige initiatieven. Zonder het Forum had die wederzijdse kruisbestuiving nooit op zo’n spontane en vlotte manier kunnen gebeuren.

3. Een productief partnerschap tussen forumleden en de overheid inzake Ondernemend hoger Onderwijs is gerealiseerd.

Door de forumwerking werd een goede verhouding tussen de overheid/facilitator en alle leden opgebouwd en kreeg ze (de betrokken kabinetten) directe voeling met het werkveld zelf en hun noden. Dat maakt dat via de overheid ook de politiek, als het ware samen met alle actoren, een ondersteunend beleid kan ontwikkelen en geeft aanleiding tot concrete beleidsmaatregelen en ontwikkelingen of aanpassingen van ondersteunende instrumenten.

Voorbeelden:

  • Het experimentproject m.b.t. de ontwikkeling van een studenten- en jongeren coöperatieve als veilige haven om te leren ondernemen, door Agentschap Innoveren en Ondernemen gesubsidieerd. De coöperatie voor jongeren in het kader van jeugdhuiswerking wordt getrokken door Formaat (Haven cvba), die voor studenten door Arteveldehogeschool (ARTEpreneur cvba); ARTEpreneur en Haven bundelden tijdens hun pilootjaren ervaringen en lessen in een 'Blauwdruk Jongerencoöperatie': pdf bestandBlauwdruk Jongerencoöperatie.pdf (1.87 MB)
  • De EFRO-oproep rond innovatieve ondernemende partnerschappen in studentensteden (‘ecosystemen in studentensteden'), waar alle lokale actoren (stad, hoger onderwijsinstellingen, studentenverenigingen, jongerenorganisaties, lokale bedrijven en non-profitorganisaties) steun krijgen om een lokale ondernemende cultuur uit te bouwen en samen tot ondernemende initiatieven te komen voor studenten en jongeren. Dit moet op termijn leiden tot meer ondernemerschap bij studenten, maar ook bij docenten en onderzoekers en de lokale economie als geheel ten goede komen;
  • De forumleden worden als actor geconsulteerd en betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe instrumenten (bv. ThatsIP, een ondersteunend aanbod voor docenten rond intellectuele eigendom, het zoeken naar goede monitoringdata rond OhO, forumleden gaven advies over het nieuwe Actieplan Ondernemend Onderwijs,…). Die betrokkenheid bij de ontwikkeling bevordert de verspreiding in het werkveld achteraf.

4. De noodzakelijke legitimatie op bestuursniveau binnen de onderwijsinstellingen rond ondernemend onderwijs is op vele plekken verworven.

Voorbeeld:

De hogeschool PXL formuleert in zijn strategisch beleidsplan als één van de operationele doelstellingen: ‘Elke student wordt gestimuleerd om ondernemend te handelen.’ De dienst onderwijs stelde daarom een instellingsbrede competentieset ‘Ondernemend handelen’ op.  Deze zal in elke opleiding geïmplementeerd worden. De competentieset wordt in de vorm van de leerlijn ondernemend handelen gevisualiseerd in het curriculum. Daarnaast wordt ondersteuning voorzien d.m.v. een intervisiegroep en een professionaliseringsaanbod voor docenten en opleidingen.

De forumleden worden geïnspireerd om binnen de eigen instelling nog structureler werk te maken van OhO. De referenties naar de andere werkingen helpen hen daarbij en dienen als hefboom.
Het Forum wordt erkend en gerespecteerd door VLHORA (Vlaamse Hogescholenraad) en Vlor (Vlaamse Onderwijsraad), dat in een recent advies het Forum positief onthaalde.

5. De voornaamste structurele drempels naar concreet ondernemerschap voor studenten die willen ondernemen zijn weggewerkt of in uitvoering.

 Voorbeelden:

  • In 2015 formuleerde het Forum een beleidsaanbeveling aan het kabinet van de Minister van Economie m.b.t. de grootste noden rond OhO. Als gevolg daarvan werden hoger onderwijsinstellingen in staat gesteld om zelf een getuigschrift bedrijfsbeheer af te leveren aan hun studenten tijdens de bachelorjaren;
  • Als uitloper van een forumdag werd de Startlening+ , een financieringsinstrument van Participatiefonds Vlaanderen voor starters, opengesteld voor student-ondernemers;
  • Tijdens het eerste forumjaar kwam naar voor dat de juridische regels waar student-ondernemers aan onderworpen zijn, onderling niet afgestemd zijn en een afremmend effect hebben op de opstart als ondernemer tijdens de studie. Dit werd als werkpunt meegenomen in het huidige Vlaamse regeerakkoord en wordt in het Federale KMO-Plan van februari 2015 vernoemd.